Het Internationale Museum voor Maskers en Carnaval

Het gebouw van het Internationale Museum voor Maskers en Carnaval bevindt zich op de oorspronkelijke plaats van de ambtswoning die graaf Lalaing, ridder van het Gulden Vlies er heeft gebouwd tijdens het bewind van Maria van Hongarije.

Een « Binchois », meester Jacques Dusquene, kanunnik aan de kathedraal van Cambrai verwierf het pand en stichtte er in 1570 een college voor middelbaar onderwijs. In 1727 werd de instelling toevertrouwd aan een godsdienstige onderwijscongregatie. In de loop van de eeuwen werd het gebouw uitgebreid en verbouwd. Tot het midden van de XXste eeuw diende het als onderwijsinstelling onder de naam Augustinuscollege.

In 1956 besloot de stad er een andere functie aan te geven en in 1975 opende het Internationale Museum voor Maskers en Carnaval er zijn deuren voor het publiek.

 

Het stadhuis en zijn belfort

De exacte bouwdatum van het stadhuis is niet gekend. De bouwstijlen onthullen drie gotische bogen en het gebruik van zandsteen van Bray verwijzen naar de XIVde eeuw. Het onderste deel van het belfort, symbool van de vrijheden van de stad, mag tot de eerste van Henegouwen gerekend worden en dateert ook van de XIVde eeuw. De toren met zijn ajuinvormige spits is XVIe eeuws.

In 1554, na de plundering van Hendrik II, werd een eerste restauratie uitgevoerd aan het stadhuis door de beroemde architect Jacques Dubroeucq. In de XVIIIde eeuw was het Benoit Dewez, die de verbouwingswerken leidde en de voorgevel van het stadhuis een Frans karakter gaf.

Vanaf 1856 werd vastgesteld dat het metselwerk in slechte staat verkeerde. De Commissie van Monumentenzorg en Sites moest de knoop doorhakken bij het dilemna om het gebouw af te breken of te restaureren. Uiteindelijk werd beslist om het gebouw opnieuw te restaureren. De derde restauratie gebeurde tussen 1886 en 1899, onder toezicht van de Pierre Langerock met medewerking van Ernest Matthieu, historicus. Hij gaf het gebouw zijn oorspronkelijk uitzicht terug.

Dit monument onthult drie gotische bogen uit de 14de eeuw.

Vier cartouches versieren de voorgevel.  Zij reproduceren het wapenschild van Karel de Vijfde, van Maria van Hongarije, van de Stad en het monogram van Maria van Hongarije.

Het interieur werd bijna helemaal gereconstrueerd van 1896 tot 1899.

Op het gelijkvloers is de grote hal prachtig bekleed met zandsteen van Bray.  De huwelijkszaal werd rijkelijk versierd door Algoet de Louvain  : de schouw werd volgens het plan van de teruggevonden oude stenen gereconstrueerd.  De wapenschilden van de voormalige gouverneurs en provoosten  werden op de glasramen gereproduceerd.

Het belfort herbergt een zeer oud klokkenspel bestaand uit 25 klokken waarvan de oudste van 1596 dateren. Het werd in 1999 door de UNESCO opgenomen in het Werelderfgoed.

De stadsmuren

De 2126 meter lange vesting werd in de 12de eeuw in stenen gebouwd en in de 14de eeuw uitgebreid. Bijna 30 torens versterkten het geheel en er waren 6 poorten. In 1947 werd de vesting als monument van uitzonderlijk karakter geklasseerd. Dit meesterwerk van middeleeuwse militaire architectuur is uitzonderlijk goed bewaard.

De dekenale kerk Sint-Ursmarus

De oorspronkelijke Moustier-Sainte-Marie dateert van de XIIde eeuw. Uit die eerste periode dateren enkel  het onderste deel van de toren, een deel van de westelijke boog en enkele muren, die momenteel één geheel vormen met de huidige constructie.

Het eerste plan, met midden-, zijbeuken en apsis heeft het karakter van de Romaanse architectuur behouden. De westelijke poort dateert uit de gotische XIVde eeuw maar heeft toch de Romaanse bouwstijl.

De geschiedenis van de Dekenale Kerk begon in juli 1408 toen de monniken van de abdij van Lobbes, gesticht door Sint-Ursmarus, de relieken en schatten van deze abdij overbrachten naar Binche. Vanaf toen kreeg de kerk de naam Sint-Ursmarus.

Gelegen naast het kasteel van Maria van Hongarije heeft de kerk sterk geleden onder de vernietiging van het kasteel door het leger van Hendrik II in 1554. Vanaf deze datum vermelden historici de restauratie van het gebouw maar met weinig details.

De toren vermeldt het jaartal 1583. De bekende architect en beeldhouwer Jacques Du Broeucq heeft zijn stempel gedrukt op de reconstructie van de kerk : de gewelven van de zijbeuken in Renaissance stijl zijn daarvan een teken.

Het doksaal, een wonder van de Renaissancekunst, dateert van 1592 en is het werk van Thierry Bidart.

De ajuinvormige spits van de klokkentoren dateert van 1621, de glas-in-loodramen van het koor van 1850.

              Binche, gedeeltelijk beeld van de middeleeuwse wallen                                                       Collegiale Kerk Sint-Ursmarus